
De mensen zijn niet de enigen die medicijnen gebruiken. We weten pas weinig over de farmaceutische kennis van andere dieren. De huidige nummer één op de lijst is de chimpansee. Net als wij hebben chimpansees wel eens buikpijn nadat ze te veel hebben gegeten of als ze giftige stoffen hebben binnengekregen. Ook hebben ze last van parasieten en ziekten, en dieren die last hebben van stress, kunnen zich ook behoorlijk ziek voelen.
Het is niet verwonderlijk dat een intelligente primaat zoals de chimpansee, die door vallen en opstaan en door voorbeelden leert, medicijnen gebruikt: er zijn er veel te vinden in hun leefomgeving. In Tanzania is waargenomen dat chimpansees die last hadden van diarree, bladeren van Vernonia amygdalina gebruikten, een boom die de plaatselijke bevolking kent als medicijn tegen malaria, dysenterie en darmparasieten. Overal in Afrika zijn chimpansees gezien die planten opzochten, er hele bladeren van plukten, deze zorgvuldig opvouwden, in hun mond lieten rondgaan en vervolgens doorslikten. Als ze heel worden uitgescheiden, duwen de bladeren parasieten naar buiten.
Ook veel andere dieren lijken aan zelfmedicatie te doen. Kapucijnaapjes wrijven hun vacht in met stekelige planten met helende, insectenwerende eigenschappen. Zwarte maki’s wrijven insectendodende chemische stoffen van duizendpoten op hun vacht. Er is eens waargenomen dat een olifant vlak voordat ze ging bevallen op zoek ging naar weeënopwekkende boombladeren. Gezien onze toenemende behoefte aan nieuwe antibiotica en geneesmiddelen zijn dergelijke voorbeelden een goede reden om de natuurlijke apotheek intact te houden door het milieu te beschermen.

